Rasstandaard
 

Land van herkomst: Hongarije
Standaard FCI N° 56
Rasgroep: 1, sectie 1: Herdershonden



Algemeen:
de Pumi is een middelgrote hond. De lengte van het lichaam komt overeen met de schofthoogte van de hond. Daardoor oogt de hond kwadratisch. De pumi is fijn van bot en is erg goed bespierd.

Aard:Györgyudvari Cudar Bejgli
levendig, moedig, wantrouwend tegenover vreemden. Alert, waakzaam en rusteloos. Blafferig

 

Hoofd en schedel:
een verhoudingsgewijs smal hoofd. De schedel is middelmatig breed en gewelfd. Het lange voorhoofd is een weinig gewelfd, en van de zijkant bezien vlak. Nauwelijks waarneembare stop. De voorhoofdslijn verloopt evenwijdig aan de neusrug. Zwarte, kleine neus. De neusrug is recht. Strakke lippen die donker pigment hebben. Krachtige kaken.

 

Ogen:

niet te ver van elkaar, middelgroot, ovaal van vorm en donkerbruin van kleur. De ogen stralen een intelligente en alerte blik uit.

 

Oren:
hoog aangezette oren. Het bovenste deel van de oorpunten buigt iets naar voren. De oren zijn middelmatig groot en heben de vorm van een omgekeerde V.

 

Hals:
middellang, een weinig gewelfde en zeer gespierd. De hals vormt een hoek van 50 - 55° met de rug. Geen keelhuid.
 

Lichaam:
de borst is niet te breed, doch eerder diep. De ribben zijn een weinig gewelfd, maar neigen meer naar de vlakke kant. Rechte en korte rug. De ruglijn is erg kort. Korte en rechte lendenen. Iets opgetrokken buik.
 

Ledematen:
de voorbenen staan loodrecht onder het lichaam en staan niet te ver uit elkaar. De achterbenen zijn zeer krachtig.
 

Voeten:
zijn rond en met gesloten kattenvoeten. Elastische voetzooltjes. Krachtige en zwarte nagels.

 

Staart:
hoog aangezet en wijst in een boog naar de lendenen. De beharing op de staart is 7 tot 12 cm lang, draadharig en wijd uit elkaar staand. Weinig onderhaar. Een korte staart is niet toegestaan.

 

Beharing:
de beharing is wollig en los en hangt samen in bosjes, en is nooit glad of in strengen hangend. Gemiddeld zijn de haren 4 tot 7 cm lang. De bovenvacht is draadharig, terwijl de ondervacht zacht is. Samen vormen deze haren de lokken. De verhouding tussen de beide vachten is dan 50 -50% tot 65 - 35%. De beharing aan de oren is middellang, dicht en draadharig en wijst naar boven. Niet teveel beharing rond de ogen en voorsnuit.


Kleur:
zwart, diverse schakeringen grijs, wit, maskos fako (lichtbruin met zwart masker), of cremekleurig (donker masker gewenst). Chocoladekleur, black and tan of bontkleuren zijn grond tot diskwalificatie. Een witte borstvlek van maximaal 3 cm in diameter of een witte lijn van maximaal 3 cm is toegestaan.

 


Maat en gewicht:
schofthoogte: reu 41 - 47 cm (ideaal 43 - 45); teef 38 - 44 cm (ideaal 40 - 42). Gewicht: reuen 10 - 15 kg (ideaal 12 - 13); teven 8 - 13 kg (ideaal 10 - 11).

Opmerking:
de reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.